Wij zoeken nieuwe collega’s. Bekijk hier alle vacatures

16 augustus 2023

Vervolgonderzoek bedrijfsopvolgingsregelingen

Na de evaluatie van de fiscale bedrijfsopvolgingsregelingen (BOR) heeft het kabinet vervolgonderzoek gedaan, waarin enkele beleidsopties zijn uitgewerkt. De staatssecretaris van Financiën heeft de uitkomsten van dit vervolgonderzoek met de Tweede Kamer gedeeld. Daarnaast gaat de staatssecretaris in op de voorgestelde aanpassingen in de BOR en de doorschuifregeling voor het aanmerkelijk belang (DSR-ab). Het kabinet stelt acht maatregelen voor:

  1. Vanaf 2025 is bij toepassing van de BOR 100% van de going-concernwaarde tot € 1,5 miljoen vrijgesteld en 70% van het meerdere.
  2. De 5%-doelmatigheidsmarge voor de BOR en de DSR-ab wordt afgeschaft. De doelmatigheidsmarge houdt in, dat beleggingsvermogen van vennootschappen tot 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen wordt aangemerkt als ondernemingsvermogen.
  3. Bedrijfsmiddelen kwalificeren slechts voor de BOR en de DSR-ab voor zover deze voor bedrijfsdoeleinden in de onderneming worden gebruikt.
  4. Toegang tot de BOR en de DSR-ab wordt beperkt tot reguliere aandelen met een minimaal belang van 5% in het totale geplaatste kapitaal en niet langer van het kapitaal per soort aandeel.
  5. De dienstbetrekkingseis in de DSR-ab vervalt. Voor toepassing van de DSR-ab bij schenking geldt nu dat de verkrijger ten minste 36 maanden in dienst moet zijn van de vennootschap waarvan de aandelen worden geschonken. Aan deze eis kan eenvoudig worden voldaan, bijvoorbeeld door middel van een nulurencontract. In de praktijk heeft de dienstbetrekkingseis weinig waarde, terwijl deze in sommige gevallen reële bedrijfsoverdrachten uitsluit.
  6. De BOR en de DSR-ab kunnen bij schenking slechts worden toegepast als de verkrijger minimaal 21 jaar is.
  7. De bezits- en voortzettingseis in de BOR worden versoepeld.
  8. Constructies (rollator-investeringen en dubbel-BOR) in de BOR worden aangepakt. In het geval van rollator-investeringen wordt een onderneming opgericht om vermogen met toepassing van de BOR naar de kinderen over te hevelen. Dubbel-BOR doet zich voor wanneer de eerder met toepassing van de BOR geschonken onderneming wordt teruggekocht na afloop van de voortzettingstermijn en vervolgens weer met toepassing van de BOR wordt overgedragen.

De maatregelen gaan de komende jaren gefaseerd in.

Relevante artikelen

Geen arbeidskorting meer over bepaalde uitkeringen

Vanaf 1 januari 2027 wijzigen de regels voor het samenvoegen van loon en socialezekerheidsuitkeringen bij de loonheffingen. Deze aanpassing heeft financiële gevolgen voor werknemers die een socialezekerheidsuitkering via hun werkgever

Lees hier meer

Bijbetalen voor duty-free sigaretten

Een man komt vanuit India aan op Schiphol en wordt gecontroleerd door de Douane. Bij de controle ontdekt de Douane dat hij 1.200 sigaretten bij zich heeft. Voor 200 sigaretten krijgt hij een vrijstelling, maar voor de overige 1.000 sigaretten legt de

Lees hier meer

Geen heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement

Een man en vrouw hebben in 2023 uitsluitend bank- en spaartegoeden van in totaal € 229.802. Op deze tegoeden ontvangen zij gedurende het jaar € 1.575 aan rente. De Belastingdienst stelt het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3)

Lees hier meer

Lek dak verhindert aftrek

Een ondernemer claimt aftrek van voorbelasting. Een deel van zijn administratie is echter verloren gegaan door lekkage, waardoor hij de geclaimde voorbelasting niet kan onderbouwen. Het verlies van de administratie door lekkage komt volgens de

Lees hier meer

Meer tijd om toeslagen over 2025 aan te vragen

De aanvraagtermijn voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2025 is met vier maanden verlengd. De aanvraagtermijn voor deze toeslagen loopt nu tot en met 31 december 2026. Voorheen was het mogelijk deze toeslagen aan te vragen tot en

Lees hier meer

Creatief argument tegen box 3 strandt

Een belastingplichtige betoogt dat de box 3-heffing ongeldig is, omdat de wet geen expliciet genietingsmoment bevat. Hij betoogt dat zonder wettelijke bepaling die vastlegt wanneer het inkomen wordt genoten, het niet kan worden belast. De rechtbank

Lees hier meer