Wij zoeken nieuwe collega’s. Bekijk hier alle vacatures

5 februari 2026

Verhoogd eigenwoningforfait van 2,35 % niet in strijd met EVRM

Wie een eigen woning heeft, moet inkomstenbelasting betalen over het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit forfait bedraagt 0,35% van de WOZ-waarde van de woning, voor zover deze ligt tussen € 75.000 en de zogenoemde villagrens (€ 1.350.000 in 2026). Is de WOZ-waarde hoger dan de villagrens, dan geldt voor het meerdere een forfait van 2,35%. De verhoging van het forfait (2,35% i.p.v. 0,35%) leidt tot hogere belasting, die wordt aangeduid met de term ‘villatax’. De vraag die de rechter moet beantwoorden, is of deze belasting een ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht maakt.

Twee fiscale partners bezitten een woning met een WOZ-waarde van bijna € 1,7 miljoen. Zij stellen dat dit verhoogde forfait in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het EVRM. De regeling heft immers over inkomen dat niet daadwerkelijk wordt genoten. Bovendien miskent zij het afnemende grensnut bij duurdere woningen. Zij verwijzen naar het Kerstarrest en de arresten over box 3 en betogen dat de redelijke verhouding tussen doel en middel zoek is. Volgt de rechtbank dit betoog?

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het verhoogde eigenwoningforfait niet in strijd is met het EVRM. Het heffen van belasting is weliswaar een inmenging in het eigendomsrecht, maar deze is gerechtvaardigd als zij een legitiem doel dient en een fair balance respecteert. De wetgever heeft bewust gekozen voor een hoger percentage bij duurdere woningen. De gedachte is dat bij woningen boven een bepaalde waarde het beleggingsaspect een verhoudingsgewijs grotere rol speelt dan het bestedingsaspect. De wetgever heeft daarmee een verschil gemaakt tussen eigenaren met een woning onder of boven het grensbedrag. Deze keuze valt binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever toekomt. De rechtbank acht daarbij van belang dat het tarief van 2,35% alleen geldt voor het deel van de waarde boven de villagrens. Dat de wetgever ook budgettaire overwegingen heeft meegewogen, maakt dit niet anders. Ook de omstandigheid dat wordt geheven over niet-gerealiseerd inkomen leidt niet tot strijdigheid met het EVRM.

Relevante artikelen

Slotkoers voorafgaande maand toegestaan bij waardering dividend in vreemde valuta

Een Nederlandse bv ontvangt dividend van haar Chinese dochtermaatschappij. Zij waardeert de dividendvordering in euro's tegen de slotkoers van de maand voorafgaand aan de transactie, zoals de concernrichtlijnen voorschrijven. De inspecteur vindt dat

Lees hier meer

Blind investeren in handelsbot kost ondernemer aftrek

Een ondernemer investeert ruim € 60.000 in een handelsbot die maandelijks 10 tot 20% rendement zou opleveren. De bot blijkt niet te bestaan en de aanbieder wordt veroordeeld voor oplichting. De ondernemer wil zijn verlies aftrekken als

Lees hier meer

Personal training dga valt onder arbovrijstelling

Een bv krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen met belastingrente en een verzuimboete opgelegd. De inspecteur corrigeert de kosten voor personal training en sportschoolabonnementen van de dga en zijn echtgenote. De dga vindt dat deze kosten onder

Lees hier meer

Ook na verliesverrekening kan de verdeling niet worden aangepast

Een man en een vrouw zijn fiscale partners van elkaar. De inspecteur legt in 2016 aanslagen inkomstenbelasting op voor het jaar 2015. In 2018 lijdt de vrouw een ondernemingsverlies. Dit verlies wordt in 2020 achterwaarts verrekend met haar inkomen

Lees hier meer

Personal training dga en de arbovrijstelling

Een bv krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen met belastingrente en een verzuimboete opgelegd over de jaren 2018 t/m 2020. De inspecteur corrigeert de kosten voor personal training en sportschoolabonnementen van de dga en zijn echtgenote. De dga

Lees hier meer

Stichting die tuchtcolleges ondersteunt is btw-ondernemer

Een stichting ondersteunt de tuchtcolleges voor de advocatuur. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) betaalt hiervoor een jaarlijkse bijdrage. De stichting meent dat zij geen btw-ondernemer is, omdat zij niet zelfstandig opereert en haar diensten

Lees hier meer