Wij zoeken nieuwe collega’s. Bekijk hier alle vacatures

29 februari 2024

Portemonneevrij pauzedrankje belast tegen laag btw-tarief

Een theater biedt de bezoekers in de pauze een alcoholhoudend drankje aan. De vraag is of het alcoholhoudende drankje belast is met het algemene btw-tarief van 21% of het verlaagde tarief van 9%.

De inspecteur is van mening dat het alcoholhoudende drankje los van het bezoek aan het theater moet worden gezien en legt een naheffingsaanslag omzetbelasting op. Het theater is van mening dat het verlaagde tarief van toepassing is, aangezien het alcoholhoudende drankje een onderdeel is van de totale theaterbeleving. De rechtbank stelt de inspecteur in het gelijk.

Het theater gaat in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Het theater stelt dat het ‘portemonneevrije pauzedrankje’ gezien moet worden als een bijkomende prestatie bij de hoofdprestatie: het toegang verlenen tot de voorstelling. Op de hoofdprestatie is het verlaagde tarief van toepassing. Volgens het theater kopen de bezoekers één ticket voor de voorstelling, het pauzedrankje en de bewaakte garderobe. Het theater verwijst hiervoor naar een besluit van de staatssecretaris van Financiën. Volgens het theater is het bij een samengestelde prestatie, waarvoor één prijs wordt betaald, niet toegestaan de betaalde vergoeding voor de btw te splitsen. De inspecteur ziet het anders en stelt dat het pauzedrankje voor de btw los moet worden beoordeeld. Het in één ticket verkopen van toegang, drankje en garderobe maakt het pauzedrankje niet bijkomend, aldus de inspecteur.

Het hof oordeelt dat, als een belastingplichtige tegelijk voor een afnemer verschillende prestaties verricht, deze prestaties voor de btw afzonderlijk behoren te worden belast. Dit is alleen anders als het een ondeelbare prestatie betreft. Er is sprake van een ondeelbare prestatie als deze door de ogen van de afnemer gezien nauw met elkaar verbonden zijn én een splitsing vreemd zou zijn. Volgens het hof maakt het drankje onderdeel uit van het theaterbezoek. Het is voor de bezoeker een aantrekkelijk tussendoortje of een aantrekkelijke afsluiting. Het Hof vernietigt daarom de naheffingsaanslag.

Denkt u nu ook: ik bied ook een samengestelde prestatie aan, ik bereken één tarief en het voelt vreemd aan om deze prestaties voor de btw te splitsen? Pak dan deze uitspraak erbij en overleg met uw adviseur of het indienen van suppletieaangiften zin heeft.

Relevante artikelen

Voorlopige inhoud Belastingplan 2027

De voorlopige inhoud van het Belastingplan 2027-pakket geeft een eerste blik op de aanstaande wijzigingen. Het pakket Belastingplan 2027 omvat vier wetsvoorstellen, waaronder het Belastingplan 2027 zelf en het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen

Lees hier meer

Hoge Raad verruimt mogelijkheid om belastingschuld aan te vechten

Een adviseur begeleidt de sanering van een groep vennootschappen. De vennootschappen gaan failliet. De curator stelt de adviseur aansprakelijk voor de schade van de schuldeisers. Die schade bestaat grotendeels uit belastingschulden. De adviseur vindt

Lees hier meer

Crypto-investering op naam dga niet aftrekbaar bij bv

Een dga sluit een overeenkomst voor de aankoop van cryptotokens. De bv maakt het aankoopbedrag van € 250.000 over. De tokens blijken waardeloos. De bv wil het verlies ten laste van haar resultaat brengen. De inspecteur weigert de afwaardering.

Lees hier meer

Herverdeling inkomen leidt tot hogere belastingrente

Een echtpaar vraagt om herverdeling van de gezamenlijke inkomensbestanddelen over 2019. De inspecteur legt een navorderingsaanslag op aan de man en geeft een teruggaaf aan de vrouw. Bij de navorderingsaanslag brengt de inspecteur € 3.681 aan

Lees hier meer

Niet meer oproepen is onregelmatige opzegging

De beslissing van de werkgever om een werknemer met een nulurencontract niet meer op te roepen voor werkzaamheden moet worden aangemerkt als een onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer is sinds 1 oktober 2024 in dienst. Na

Lees hier meer

Beneficiaire aanvaarding beschermt niet tegen erfbelasting

Een vrouw overlijdt in 2022 en laat een testament na uit 1986. Daarin benoemt zij haar echtgenoot en dochter tot erfgenaam, ieder voor de helft. De echtgenoot krijgt een legaat tegen inbreng van de waarde en het vruchtgebruik van de gehele

Lees hier meer