Wij zoeken nieuwe collega’s. Bekijk hier alle vacatures

20 februari 2025

Excessieve rente op aandeelhoudersleningen doorbreekt fbi-status

Een bv betwist haar uitsluiting van het fbi-regime en stelt dat de rente op aandeelhoudersleningen zakelijk is. De inspecteur bestrijdt dit standpunt. Daarnaast meent de inspecteur dat de rente van 10% op de aandeelhoudersleningen onzakelijk hoog is. De centrale vragen die de rechter moet beantwoorden, zijn: voldoet de bv aan de fbi-vereisten? Zo niet, is de rente op de aandeelhoudersleningen dan fiscaal aftrekbaar?

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank geeft de bv op alle punten gelijk en oordeelt dat zij voldoet aan de fbi-vereisten. Een onzakelijk hoge rente betekent niet per definitie dat geen sprake is van normaal vermogensbeheer. Daarnaast verwijt de rechtbank de inspecteur dat hij de wettelijke financieringstoets verkeerd heeft toegepast. Kortlopende schulden die niet zijn aangegaan voor de financiering van vastgoed moeten buiten beschouwing blijven. Omdat de rechtbank oordeelt dat het fbi-regime van toepassing is, komt zij niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de zakelijkheid van de rente.

Oordeel van het gerechtshof

Het hof oordeelt anders en stelt dat de bv in geen enkel jaar recht had op het fbi-regime. In 2014-2016 was de statutaire doelomschrijving te ruim. Hoewel dit in 2016 werd aangepast, voldeed de bv in 2017 alsnog niet aan de overige fbi-voorwaarden. Nu het fbi-regime niet van toepassing is, beoordeelt het hof alsnog de zakelijkheid van de rente op de aandeelhoudersleningen. Het hof acht aannemelijk dat onder de overeengekomen leningsvoorwaarden geen externe financiering verkregen zou kunnen worden, of hooguit tegen een winstdelende rente. Er is dus sprake van een onzakelijke lening. Met toepassing van de borgstellingsanalogie stelt het hof de zakelijke rente uiteindelijk vast op 2,43%.

Conclusie

Onzakelijke renteafspraken met aandeelhouders kunnen leiden tot een hogere belastingheffing en het verlies van fiscale voordelen. Dit arrest illustreert dat de fiscale gevolgen aanzienlijk kunnen zijn als een vastgoedbelegging niet voldoet aan de fbi-vereisten. Een gedegen fiscale en juridische structurering van vastgoedbeleggingen is dan ook essentieel. De statuten en feitelijke activiteiten moeten naadloos aansluiten op het beoogde fiscale regime.

Relevante artikelen

Bedrijf met kleine winsten blijft een onderneming

Een man is vennoot in een vof die akkerbouw bedrijft. De inspecteur vindt het bedrijf te klein en rekent het aandeel tot het vermogen in box 3. Hij telt veertien jaar resultaten op en komt uit op een negatief totaal. Het hof wijst dat af, want de

Lees hier meer

Verzekeringsplicht bestuurders door ongelijk aandelenbezit

Een aantal radiologen zette in 2014 hun maatschap om in een vennootschap, waarin elke radioloog aandeelhouder, bestuurder en werknemer is. Het aandelenbezit volgt de omvang van het dienstverband, dat varieert van 0,55 tot 1 fte. Vooraf bevestigt de

Lees hier meer

Btw op verdedigingskosten bij corruptieonderzoek is aftrekbaar

Een internationale moedermaatschappij schakelt advocaten en adviseurs in wanneer autoriteiten in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten onderzoek doen naar omkoping binnen het concern. De juridische kosten bedragen bijna € 300

Lees hier meer

Wtta: nieuwe regels voor het uitlenen van personeel

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) bepaalt dat bedrijven alleen nog werknemers mogen uitlenen als zij daarvoor een toelating hebben. Met deze wet wil de overheid misstanden op de uitleenmarkt tegengaan. De Wtta treedt

Lees hier meer

Kabinet presenteert fiscale wijzigingen box 3, koopkracht en sociale zekerheid

Het kabinet heeft een aangepast begrotingsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. De voorstellen omvatten aanpassingen in box 3, box 2 en de sociale zekerheid. Vermogenswinstbelasting Het kabinet kiest voor een structurele oplossing in box 3 door

Lees hier meer

Vanaf november extra toeslag van € 2 voor pakketjes van buiten de EU

Vanaf 1 november 2026 moeten importeurs een afhandelingsvergoeding gaan betalen op e-commercezendingen die van buiten de EU aan een consument in de EU worden verzonden. Deze vergoeding bedraagt € 2 per productcategorie, ongeacht de waarde van de

Lees hier meer