Wij zoeken nieuwe collega’s. Bekijk hier alle vacatures

27 februari 2025

Celstraf zorgt niet voor fiscaal huisarrest

Een belastingplichtige die in 2007 naar Spanje is geëmigreerd, kwam in conflict met de Nederlandse Belastingdienst over zijn fiscale woonplaats. Na een veroordeling moest hij in 2015-2016 een gevangenisstraf van tien maanden uitzitten in Nederland. Hoewel hij zich hiervoor tijdelijk inschreef in Nederland, stelt hij dat dit geen fiscaal inwonerschap betekende. De Belastingdienst zag dit anders vanwege zijn persoonlijke en zakelijke banden met Nederland. De rechtbank moest beoordelen of de belastingplichtige in de jaren 2015-2017 als Nederlands belastingplichtige kon worden aangemerkt.  

Standpunt van de belastingplichtige  

De belastingplichtige stelde dat hij geen duurzame band van persoonlijke aard had met Nederland. Hij woonde achtereenvolgens in Spanje en Portugal, waar hij over een woning beschikte. De inschrijving in Nederland was alleen bedoeld voor zijn tijdelijke detentie en het verkrijgen van weekendverlof. Direct na zijn detentie is hij teruggekeerd naar het buitenland. Hij had weliswaar zakelijke belangen in Nederland, maar bemoeide zich niet actief met het beleid van deze ondernemingen.  

Standpunt van de inspecteur  

De inspecteur baseerde zijn standpunt op een uitgebreide reeks feiten en omstandigheden. De inspecteur concludeerde dat de belastingplichtige in ieder geval vanaf zijn inschrijving in de BRP op 30 januari 2015 tot zijn verhuizing naar Portugal op 15 september 2016 in Nederland heeft gewoond.

Oordeel van de rechtbank  

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet heeft bewezen dat de belastingplichtige in Nederland woonde. De rechtbank acht aannemelijk dat de inschrijving in Nederland uitsluitend was bedoeld voor de detentieperiode. Dit blijkt uit een brief van de advocaat van de belastingplichtige aan Justitie, waarin staat dat inschrijving in de BRP vereist was voor het vrijwillig uitzitten van de detentie. Ook het feit dat de belastingplichtige en zijn partner geen woning kochten, maar slechts tijdelijk een gemeubileerde woning huurden, ondersteunt dit. De rechtbank ziet in de pinbetalingen geen aanwijzing voor regelmatig verblijf in Nederland vóór de detentie. De banden met een tandarts en een apotheek verklaart de rechtbank vanuit het tijdelijke verblijf voor detentie. Ook de zakelijke banden via bv's en stichtingen zijn onvoldoende voor een fiscale woonplaats in Nederland, omdat niet is aangetoond dat de belastingplichtige zich actief met het beleid bemoeide. Zelfs de combinatie van familie in Nederland, vluchten via Schiphol en een oldtimer vormt volgens de rechtbank onvoldoende bewijs voor fiscaal inwonerschap. 

Conclusie

Deze zaak laat zien hoe belangrijk het is om bij emigratie en tijdelijk verblijf in Nederland goed te documenteren wat de bedoeling is van het verblijf. Een tijdelijke inschrijving in Nederland hoeft niet direct te betekenen dat iemand ook fiscaal inwoner wordt.  

Relevante artikelen

Navordering deels vernietigd na te late aanslag

De bevoegdheid om een navorderingsaanslag op te leggen vervalt vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld. Bij uitstel voor het doen van aangifte wordt deze termijn verlengd met het verleende uitstel. De inspecteur stelt dat hij een

Lees hier meer

Belastingdienst mag wereldwijd informatie opvragen

De bevoegdheid van de inspecteur om rechtstreeks informatie op te vragen is niet territoriaal begrensd, zo bevestigt de Hoge Raad. Ook brengt de Tax Information Exchange Agreement (TIEA) met Jersey niet mee dat de inspecteur eerst informatie bij de

Lees hier meer

Fictieve vervreemding aanmerkelijk belang bij overlijden

Een vrouw overlijdt in 2020. De inspecteur legt een aanslag inkomstenbelasting op, waarbij hij een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 241.893 in aanmerking neemt. De erven van de vrouw stellen dat de vrouw geen aanmerkelijk belang

Lees hier meer

Handvol e-mails levert volledig gebruikelijk loon op

Een dga stelt dat hij vanwege hartproblemen geen werkzaamheden voor zijn bv heeft verricht. Daarom zou de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing zijn. Het hof denkt daar anders over. Uit brieven en e-mails blijkt dat de dga in het jaar in

Lees hier meer

Geen arbeidskorting bij ZW-uitkering na beëindigde dienstbetrekking

Iemand heeft recht op arbeidskorting als hij arbeidsinkomen geniet. Sinds 1 januari 2020 telt een Ziektewet-uitkering (ZW-uitkering) alleen mee als arbeidsinkomen als de dienstbetrekking nog niet is beëindigd. De wet maakt nu dus onderscheid tussen

Lees hier meer

Wet excessief lenen doorstaat eerste toets

Een dga leent ruim zeven ton van zijn eigen bv. Het bedrag boven de wettelijke drempel van € 700.000 wordt belast als fictief regulier voordeel. De dga vindt dit in strijd met het Europese eigendomsrecht en het discriminatieverbod. Waarom telt

Lees hier meer