Wij zoeken nieuwe collega’s. Bekijk hier alle vacatures

8 januari 2026

Belastingrente van 4% niet te hoog

Belastingrente is de vergoeding die de Belastingdienst in rekening brengt als zij een belastingaanslag niet op tijd hebben kunnen vaststellen. Bijvoorbeeld omdat er te laat of onjuist aangifte werd gedaan. Onlangs heeft het hof Den Haag zich gebogen over een zaak waarin de hoogte van de belastingrente centraal stond.

Te late aangifte

In 2021 ontvangt een man een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting. Voor zijn aangifte vraagt hij meermaals uitstel aan. Sommige verzoeken worden toegekend, andere afgewezen. Uiteindelijk stuurt de inspecteur een herinnering en een aanmaning tot het doen van aangifte. De man dient zijn aangifte voor 2021 pas in februari 2023 in. Hierop legt de inspecteur een definitieve aanslag op, inclusief een verzuimboete en belastingrente.

Bezwaar belastingrente

De man maakt bezwaar tegen de opgelegde belastingrente. Hij stelt dat de belastingrente ten onrechte is berekend. Zijn argument is dat hij de inspecteur in eerdere jaren, namelijk 2017 en 2018, heeft verzocht de voorlopige teruggaaf stop te zetten. Volgens de man had de inspecteur deze stopzetting ook in de daaropvolgende jaren moeten voortzetten. Daarnaast betoogt de man dat het gehanteerde rentepercentage van 4% niet in verhouding staat tot de rentepercentages die gelden in box 3.

Stopzetting van de voorlopige teruggave?

Het hof stelt dat de inspecteur de belastingrente terecht en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen in rekening heeft gebracht. Het feit dat de man in eerdere jaren heeft verzocht om stopzetting van de voorlopige teruggave, verandert niets aan de situatie voor 2021. De man heeft voor dat jaar immers geen specifiek verzoek tot wijziging of stopzetting ingediend. Het is de verantwoordelijkheid van de man om de voorlopige aanslag te controleren en indien nodig aan te passen.

Rente te hoog?

Ook het argument van de man over het rentepercentage wordt door het hof verworpen. Het hof benadrukt dat het percentage is vastgesteld op grond van de wet en het daarop gebaseerde besluit. De wetgever heeft een ruime beoordelingsmarge en het minimum van 4% is niet dusdanig hoog dat de wetgever buiten deze marge is getreden. Bovendien geldt dit minimumpercentage ook wanneer de Belastingdienst belastingrente moet vergoeden. 

Relevante artikelen

Slotkoers voorafgaande maand toegestaan bij waardering dividend in vreemde valuta

Een Nederlandse bv ontvangt dividend van haar Chinese dochtermaatschappij. Zij waardeert de dividendvordering in euro's tegen de slotkoers van de maand voorafgaand aan de transactie, zoals de concernrichtlijnen voorschrijven. De inspecteur vindt dat

Lees hier meer

Blind investeren in handelsbot kost ondernemer aftrek

Een ondernemer investeert ruim € 60.000 in een handelsbot die maandelijks 10 tot 20% rendement zou opleveren. De bot blijkt niet te bestaan en de aanbieder wordt veroordeeld voor oplichting. De ondernemer wil zijn verlies aftrekken als

Lees hier meer

Personal training dga valt onder arbovrijstelling

Een bv krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen met belastingrente en een verzuimboete opgelegd. De inspecteur corrigeert de kosten voor personal training en sportschoolabonnementen van de dga en zijn echtgenote. De dga vindt dat deze kosten onder

Lees hier meer

Ook na verliesverrekening kan de verdeling niet worden aangepast

Een man en een vrouw zijn fiscale partners van elkaar. De inspecteur legt in 2016 aanslagen inkomstenbelasting op voor het jaar 2015. In 2018 lijdt de vrouw een ondernemingsverlies. Dit verlies wordt in 2020 achterwaarts verrekend met haar inkomen

Lees hier meer

Personal training dga en de arbovrijstelling

Een bv krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen met belastingrente en een verzuimboete opgelegd over de jaren 2018 t/m 2020. De inspecteur corrigeert de kosten voor personal training en sportschoolabonnementen van de dga en zijn echtgenote. De dga

Lees hier meer

Stichting die tuchtcolleges ondersteunt is btw-ondernemer

Een stichting ondersteunt de tuchtcolleges voor de advocatuur. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) betaalt hiervoor een jaarlijkse bijdrage. De stichting meent dat zij geen btw-ondernemer is, omdat zij niet zelfstandig opereert en haar diensten

Lees hier meer