Wij zoeken nieuwe collega’s. Bekijk hier alle vacatures

16 november 2023

Bedrijfsopvolgingsregeling niet van toepassing op recente uitbreiding van belangen in dochtermaatschappijen

Voor de schenking of erfrechtelijke verkrijging van ondernemingsvermogen geldt onder voorwaarden een vrijstelling van schenk- of erfbelasting. Deze bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is bedoeld om te voorkomen dat de continuïteit van een onderneming in gevaar komt door belastingheffing bij een reële overdracht van een onderneming. De BOR geldt ook voor aandelen in een vennootschap zoals een bv of een nv als de schenker of de erflater daarin een aanmerkelijk belang had. De vennootschap moet een materiële onderneming drijven of gerechtigd zijn tot een dergelijke onderneming door een belang in een dochtermaatschappij die een onderneming drijft. Een van de voorwaarden voor toepassing van de BOR is dat aan de bezitseis is voldaan. Deze bedraagt vijf jaar in het geval van schenking en een jaar in het geval van een erfrechtelijke verkrijging. De vraag of aan de bezitseis is voldaan was inzet van een procedure voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Een vader heeft aandelen in zijn holding-bv geschonken aan zijn kinderen. De holding bv heeft belangen in drie dochtermaatschappijen. Binnen vijf jaar voor de schenking heeft de holding het belang in twee dochtermaatschappijen uitgebreid. Volgens de rechtbank is de BOR niet van toepassing op die uitbreiding, omdat voor dat deel niet aan de vijfjaarseis is voldaan. De rechtbank is van oordeel dat dit niet in strijd is met een arrest van de Hoge Raad uit 2020. In dat arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de BOR ook van toepassing is op een uitbreiding van het ondernemingsvermogen in de loop van vijf jaar voor de schenking. De kinderen voerden aan dat dit arrest naar analogie moet worden toegepast op een vergroting van de gerechtigdheid tot het ondernemingsvermogen in de vorm van een uitbreiding van het belang in een dochtermaatschappij die een materiële onderneming drijft. De rechtbank is van mening dat het arrest niet die strekking heeft en heeft het beroep ongegrond verklaard.

Relevante artikelen

Koopovereenkomst nieuwe woning geen box 3-schuld

Een vrouw verkoopt haar woning. In hetzelfde jaar sluit zij een voorlopige koopovereenkomst voor een nieuwe woning. Deze wordt het jaar erna, in januari, geleverd. De vrouw maakt de koopsom in januari in drie delen over naar de derdengeldrekening van

Lees hier meer

Lening omkatten naar vergoeding redt aftrek niet

Een bv drijft een uitzendbureau en een klussenbedrijf. De enige aandeelhouder is een vrouw, die samen met haar partner bestuurder is. De bv heeft twee vorderingen die zij in 2020 wil afwaarderen. De eerste vordering van ruim € 74.000 betreft de

Lees hier meer

Van verplicht naar vrijwillig: weg aftrek pensioenpremie

Een werknemer was tot 2017 verplicht verzekerd in Luxemburg en bouwde daar pensioen op. Daarna wordt hij verplicht verzekerd in Nederland, maar hij zet de Luxemburgse pensioenregeling vrijwillig voort. De premie die hij zelf betaalt, wil hij

Lees hier meer

Navordering deels vernietigd na te late aanslag

De bevoegdheid om een navorderingsaanslag op te leggen vervalt vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld. Bij uitstel voor het doen van aangifte wordt deze termijn verlengd met het verleende uitstel. De inspecteur stelt dat hij een

Lees hier meer

Belastingdienst mag wereldwijd informatie opvragen

De bevoegdheid van de inspecteur om rechtstreeks informatie op te vragen is niet territoriaal begrensd, zo bevestigt de Hoge Raad. Ook brengt de Tax Information Exchange Agreement (TIEA) met Jersey niet mee dat de inspecteur eerst informatie bij de

Lees hier meer

Fictieve vervreemding aanmerkelijk belang bij overlijden

Een vrouw overlijdt in 2020. De inspecteur legt een aanslag inkomstenbelasting op, waarbij hij een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 241.893 in aanmerking neemt. De erven van de vrouw stellen dat de vrouw geen aanmerkelijk belang

Lees hier meer